Vloerverwarming in de praktijk
Vloerverwarming reageert traag. Dat is geen gebrek maar het uitgangspunt van het systeem.
Traagheid
Een vloer heeft massa en warmt langzaam op. Sturen op korte temperatuurwisselingen werkt daarom niet: een constante, lagere aanvoertemperatuur levert meer comfort dan pieken. Bij een vloer met veel massa loopt de reactietijd op tot enkele uren.
Inregelen
Elke groep in de verdeler heeft een eigen debiet nodig, afgestemd op de lengte van de lus en het vermogen van de ruimte. Zonder inregelen loopt het water de weg van de minste weerstand en blijven de langste groepen koud. Inregelen gebeurt met de flowmeters op de verdeler.
Vloerafwerking
| Afwerking | Geschikt | Let op |
|---|---|---|
| Tegels | Zeer goed | Geleidt warmte het best |
| Gietvloer | Goed | Opstookprotocol volgen |
| Laminaat en pvc | Mits geschikt | Maximale vloertemperatuur respecteren |
| Dik tapijt | Beperkt | Isoleert, verlaagt het vermogen sterk |
Combineren met radiatoren
Vloerverwarming vraagt een lagere aanvoertemperatuur dan radiatoren. In een gemengde installatie regelt een mengklep de temperatuur naar de vloergroepen terug. Zonder die regeling raakt de vloerafwerking beschadigd.
Bij een lek
Een lek in een vloerlus is met een thermische camera of met een druktest te lokaliseren. Bij een lus zonder koppelingen in de vloer is een lek zeldzaam en meestal het gevolg van boren of spijkeren. Voor de zekerheid hoort een tekening van het lussenverloop bij de oplevering.